De Leonberger

Waar komt de Leonberger vandaan?

 

Hoewel de leonberger officieel te boek staat als een Duits ras, rijst daaraan meer en meer twijfel. Ook al omdat er nogal wat rassen op het Eurazische continent zijn die sterk op elkaar lijken: de Kaukisch herder, de Turkse Karabash, de Joegoslavische Sar Planinac en de Portugese Cao de Serra de Estrella. De meest waarschijnlijke theorie is dat de gemeenschappelijke voorouders ergens in Tibet woonden(de Tibetaanse Mastiff of een nazaat daarvan), die uitgewaaierd is over Eurazie.

Bergtekens en minder verkeer tussen de landen onderling zorgden voor een gescheiden ontwikkeling. Die leidde dan ook weer tot verschillende rassen ( die overigens ook nog maar een eeuw geleden zijn ontdekt, daarvoor werd alleen gekeken of de hond geschikt was voor een bepaalde taak).

Aannemelijk is het dat de, Leonbergse wethouder Essig in 1846 de Leonberger  heeft teruggefokt zonder dat zelf te beseffen.

 

Hoe ziet hij eruit?

 

De Leonberger is groot: Reuen ongeveer 76 cm en teven ongeveer 70 cm.

Wat zeggen de raspunten verder? Een grote, krachtige en gespierde hond van een goede evenredige vorm en levendig temperament. De beharing is lang met een dichte ondervacht. De vachtkleuren variėren van leeuwengeel tot roodbruin met zwarte haarpunten. De voorsnuit, het masker zijn zwart.

 

Benen,

 

Niet te hoog: krachtig bot is vereist. Voorbenen: rechte stand ( niet te nauw, niet te wijd).

Goed bevederd (bevedering is de lange beharing aan de voorbenen).

 

Achterhand,

 

Krachtig gespierde dijen, het kniegewricht moet goed te zien en sterk zijn, sterk gespierd spronggewricht. Het laatst genoemde eerder gehoekt dan te steil. X-vormige en C-vormige stand van de achterstand is volkomen fout. Hubertsklauwen zijn niet toegestaan en moeten in de eerste levensdagen verwijderd worden. Ellebogen goed aanliggend, iets boven de benedenrand van de borstkas, schouderlijn enigszins schuinliggend.

 

Romp,

 

Borstkas diep, niet vlak, krachtige nierenpartij en een rechte rug is absoluut vereist. Staart rijk behaart, steeds omlaag gedragen, nooit omhoog of over de rug gekruld, geen krul of haakstaart.

 

Beharing,

 

Tussen zacht en ruw aanvoelend, tamelijk lang, niet in scheidingen en overal ondanks goede onderwol zodanig liggend dat de lichaamsvormen te onderscheiden zijn. Steeds sluik, golvend nog toegestaan, gekruld daar in tegen niet. Aan hals en borst heeft de Leonberger een mooie lange beharing.

 

Hoe is zijn karakter in hoofdlijnen?

 

*Vriendelijk, maar toch geen doetje

*Rustig in huis, buiten levendig en speels, beslist geen slome hond

*Waaks, op een manier die maakt dat zijn baas de laatste is die deze eigenschap ontdekt.

*Hij houdt van gezelschap, vooral van dat van kinderen.

*Tegenover soortgenoten en andere dieren is hij verdraagzaam, hij vergeet het echter niet snel dat een andere hond lelijk tegen hem heeft gedaan. Dat leidt dan niet tot een vachtpartij maar hij negeert de hond volkomen

*De Leonberger is van nature niet angstig of nerveus.

 

Wat zijn de pluspunten?

 

*Zijn rustige en evenwichtige karakter.

*Zijn oplettendheid, zonder agressiviteit.

*Zijn plezier om in menselijk gezelschap te verkeren.

 

Wat zijn minpunten?

 

*Zijn grootte.

*Zijn langharige vacht met veel onderwol: twee keer per jaar een zeer sterke rui, een ware bezoeking voor wie geen haartje op de bank kan zien.

*Zijn gezonde eetlust, gemiddeld komt die de baas op €16,00 per week te staan.

*Zijn verzotheid op water, als hij mag kiezen liever wat modderig dan helder water.